Oud verhaal voor het slapen gaan


Wanneer 24 uren in een dag niet meer genoeg zijn voor mij is het tijd om M te bezoeken.
Ze wuift al mijn muizenissen weg en glimlacht mijn geest weer schoon.
Ik klaag wat over mijn chronisch volgepropte weken en de bijbehorende vermoeienissen, zij schudt haar doorzichtige haren en veren heen en weer en ik hoor zachtjes “tssssssss ………

Ze pakt een schaal en zingend legt zij het vol met stenen, grote gave keien en ze vraagt mij: kan er nog meer in?
Ik zeg haar dat de schaal vol is en dat er niets meer bij kan.
Ze pakt een ronde pot vol kleine kiezels en keert deze om boven de grote schaal. Ze schudt de schaal wat heen en weer en de kiezels vinden met gemak genoeg openingen tussen de keien.
Ik moet lachen om haar zelfvoldane uitdrukking.
Ze vraagt me nogmaals of er nog meer in de schaal kan, en nu weet ik het niet zeker.
Ze heeft die duivelse blik in haar ogen. Ik zeg haar dat ik denk dat er niets meer bij kan.
Ze grijpt om zich heen op de grond en haar handen vullen zich met zand. Ze strooit nog minstens 7 handen vol zand in de schaal, voordat deze echt vol zit, en ik weet zeker dat er nu echt niets meer bij kan.
Of toch……
M loopt weg en komt terug met een fles wijn. Ik voel de lach in mij op borrelen als ik haar bedoeling doorzie. En ja hoor, bijna de hele fles kan er nog bij.
We zitten zomaar een poosje bij elkaar. Het heeft geen zin om aan haar te vragen waarom ze dit doet of wat de bedoeling is, ze vertelt het pas als zij dat wil.
En dan komt het.
De schaal is mijn leven.
De keien zijn de belangrijke dingen in mijn leven – Partner, kinderen, familie, gezondheid, vrienden, mijn passie.
Het zijn de dingen die zo belangrijk voor me zijn, dat wanneer al het andere in mijn leven er niet meer zou zijn, maar dit nog wel, mijn leven nog steeds meer dan de moeite waard is.
De kiezelsteentjes zijn de andere dingen die er toe doen mijn huis, mijn tuin, mijn atelier. Ze zijn allemaal vervangbaar.
Het zand is al het andere, de kleine dingen.
Wanneer het zand als eerste in de schaal zou zijn terecht gekomen, zou er geen ruimte zijn geweest voor de stenen en kiezels.
Dit geldt ook voor mijn leven.

Wanneer ik heel de dag al mijn tijd en energie geeft aan de kleine dingen, zal ik nooit ruimte of tijd hebben voor de dingen die echt belangrijk voor mij zijn.
Belangrijk.
Prioriteiten.
Ik moet met mijn kinderen spelen.
Tijd nemen om naar de dokter te gaan als dat nodig is.
Mijn lief mee nemen naar een feest en dansen.
Schilderen.
De rest is zand.
Ik zit hier lang over na te denken, maar er valt geen speld tussen te krijgen.
Wat ze zegt klopt altijd.

Ik zie hoe ze aanstalten maakt om weer te verdwijnen, en reik naar haar.
“En de wijn?”vraag ik.
Ze is al bijna helemaal weg als ik die zangerige stem hoor fluisteren; 
“Het laat je zien, dat hoe vol je leven ook lijkt, er altijd ruimte is voor een mooi glas wijn.”

Advertenties

Nachtbrei

Ik hoorde gisteren dat ik wat liever moest zijn tegen mijzelf. Ik ben te streng!
Dat weet ik al wel een tijdje, maar ik vind dat ik daar een heel geldig excuus voor heb. Ik wil een soort van kwaliteitsleventje hebben. Ik grap er wel eens over en dan brul ik het hardst op feestjes in mijn stad dat ik groots en meeslepend zal leven, maar eigenlijk meen ik dat.
Ik wordt een beetje kriegel van mensen die mij vertellen dat ik mijn lat te hoog heb liggen, maar weet je zelfs met mijn lengte kan ik makkelijk onder mijn latje door. Ik weet ergens wel dat ze gelijk hebben, vooral in de periodes dat ik weer eens ten onder ga aan mijn eisenpakketje. En toch…al dat gecrash is ook ergens goed voor. Het is een hele natuurlijke manier om te ervaren dat je even een dag of wat rustig aan moet doen. Op zulke momenten moet je jezelf verwennen en dan kom je ineens weer als herboren tevoorschijn, met een beetje mazzel net op tijd voor het volgende feestje. Ik ben momenteel voor drie bedrijven aan het dingessen. s Nachts vormen mijn dromen en loopjes de meest bizarre combinaties tussen alle mogelijkheden van die 3 bedrijven. Daar word ik doodmoe van maar wat ben ik s morgens blij met de nachtbrei die is blijven hangen. Met die brei ga ik overdag dan weer aan het werk en ik zie aan mijn horizon de beroemde kerstcrash al gloren. Die valt elk jaar in de vakantie. Ook weer mooi opgelost.
Ik hoorde gisteren ook dat ik mij schuldig voel over alles wat mis is gegaan in mijn leven. Dat is nogal wat, want er ging een boel mis, en ik hoorde die uitspraak uit mijn eigen mond komen.
Daar zit dan meteen dat strenge naar mezelf toe en ik kreeg de boodschap mee om vooral mezelf te vergeven. Andere mensen hoefde (nog) niet. Maar mij moest ik vergeven.
Nuh..daar gaat ie dan;
Lieve Roxanne
Ik vergeef je alle vergissingen die je beging.
Omdat je niet beter wist en nooit uit kwade bedoelingen handelde vind ik het sowieso een beetje overdreven dat je je schuldig voelt over je daden, maar ja je bent wel een beetje een drama-queen wat dat betreft en dat laatste vergeef ik je ook meteen maar.
Verder is het heel normaal dat je nog steeds boos bent op een aantal mensen. Die hebben dat namelijk verdiend. Dat zijn mensen die jou moedwillig pijn hebben gedaan, niet per ongeluk of zonder dat ze het wisten..nee expres.
Droom dus nog maar lekker een poosje verder over hoe je je zult wreken op ze.
Dat vergeef ik je Roxanne.
Wat je moederschap betreft..ach je weet wel dat wakker liggen niet helpt. En het laatste incident was wel heel duidelijk een issue over loslaten. Net toen je daar eindelijk aan toe was, ging het heel erg mis met je kind. Net toen je even niet keek gebeurde er iets naars. Nu kun je twee kanten op. Je kunt er voor kiezen dat halve uurtje ook boven op je grut te blijven zitten en ze nog beter te beschermen, maar je hebt al ervaren dat er momenten zijn dat dat niet kan. Je kunt er ook voor kiezen om je kroost op te vangen na een traumatische gebeurtenis en ze te troosten, zoals alleen jij dat kan. Er volledig zijn voor ze als ze dat nodig hebben, en je terug trekken wanneer dat niet het geval is. Het zijn pubers lieve Roxanne, en je hebt ze tot nu toe heel erg intensief begeleid. Genoeg om ze nu zelf hun keus te laten maken. Stop dus nu ook maar met je schuldig voelen over de fouten die zij maken.
Ik vergeef je al je woede. Opgeslagen in dat slimme lijf van je, dus dat kun je nu ook laten gaan.
Ik vergeef je je al je fratsen, die je denkt nodig te hebben als een soort brandstof om de paljas uit te hangen.
O en stop alsjeblieft ook met die idioot hoge levensverwachting, je kwaliteitsdingetje. Groots en meeslepend leef je toch wel, ook in je diepste dalen.
Ik voel nog niks
Ik ga het gewoon bloggen, dan wordt het iets plechtigs!

Spaanse Margrieten en de moed der dingen

miljoenen bloemen
hebben mijn zomer vol gebloeid
over een maand zijn ze vergeten.
maar die ene Spaanse Margriet
die mij eind oktober nog verraste
blijft in mijn hoofd, die vergeet ik niet
dat rijmt zomaar
dus is het waar

Er wordt vandaag een kastanje omgehaald in de tuinen. Een moedige meneer is vanochtend steeds hoger in de dode boom geklommen. Vol afgrijzen staan wij af en toe een schietgebedje voor hem op te zeggen, natuurlijk met de camera paraat, want dit moet vastgelegd.

Omhelzing, zo bizar, maar een andere manier om vandaag dit wezen te verwijderen is er niet. Kappen is geen optie, want de tuin is te klein en onze huizen staan er om heen. Deze man gaat dus naar de top om van daar steeds meer boom te verwijderen. Tak voor tak zal hij zich vandaag zijn weg naar de grond banen.
..hoger en hoger
..voorzichtig worden de afgezaagde takken aan touwen met lieren naar beneden gelaten om de tuinen op de grond tegen vallend geweld te beschermen.
…en daar gaat ze dan….
..met een enorme dreun gaat ze neer en dan is het een poosje stil.
Ik sta daar maar een beetje met mn camera.
Misschien komt er nog wel per ongeluk een gedicht van.

Een ding is zeker, de buurman heeft voor de hele winter genoeg haardhout. Er is ineens een grote lege plek in de tuinen, en gek genoeg wordt het er niet lichter van.

Pindasoepje

Ik ben half Surinaams. Dat merkt verder niemand aan mij. Ik had net zo goed Marokkaans of Turks of Spaans kunnen zijn.
Als ik reis wordt ik aangesproken in de taal van het land waar ik ben. Ik ben een soepje
Ik ben bijna nooit bezig met mijn afkomst, al komt het wel geregeld ter sprake in de “wat-voor-een-ras-ben-jij?”-vragen.
Soeppraatjes vind ik dat altijd en meestal begin ik te schutteren met het enige echte Surinaamse bewijs; mijn pindasoep. Een traditie die ik koester en met veel bombarie op feestdagen en andere bijeenkomsten misbruik om vooral veel leuke mensjes de keuken in te lokken en rond de keukentafel te gijzelen.

In mijn familie zijn een flink aantal mensen die pindasoep kunnen maken, zo moeilijk is dat natuurlijk ook niet. De recepten variëren. Zo heb ik een tante die gewoon een hele kip in de soep doet en alles erin laat zitten; botjes, velletjes en dingetjes die je niet meer herkent en voor de zekerheid op de rand van je bord legt. Grote stukken vlees en groente kom je ook bij sommige pindasoepkokers tegen. Dat moet echt met beleid naar je mond en dan gaat het soms toch nog fout. Daar heb je je “tengels” voor nodig. Echt Surinaams is dat.
De pindasoep die ik maak heb ik van mijn moeder geleerd, zij trekt de basis van kipfilet. Een keurig soepje, zo eentje waar je niet dingessen uit je mond hoeft te plukken en die je gewoon met een lepel kunt eten.
Dat eten is altijd wel een dingetje in de huiselijke kring. Er wordt heel kritisch geproefd… hmmmmmm had wel iets meer van dat dittum in gemogen, ja en iets minder van dattum, een liefdevol gekissebis zoals dat binnen mijn familie hoort te bestaan, ook een traditie.
Natuurlijk is de pindasoep van mijn moeder het lekkerste.

Gisteren vierden we met de hele familie de verjaardag van neef Jimmy.
Er was pindasoep. Die van mijn moeder.

twee liter pindasoep
3 kipfilets kleingesneden met 2 liter water opzetten
2 uien, waarvan een halve met drie kruidnagelen erin gestoken(niet
vergeten er weer uit te halen)
twee preien, zo fijn of grof als je wilt
2 a 3 tomaten in blokjes en het liefst ontveld
4 a 5 kippeboullonblokjes
2 a 3 teentjes knoflook
1 eetlepel bamikruiden van conimex
1 a 2 theelepels sambal badjak
1/2 eetlepel kerriepoeder
mespuntje nootmuskaat
Verder naar eigen smaak toevoegen: zwarte peper
scheutje ketjap manis
worchestershiresauce
Aan het eind van de kooktijd roer je er 1½ pot pindakaas doorheen.
Ergens gaat er dan ook nog iets doorheen wat ik niet ga verklappen. Om je dit recept eigen te maken verzin je uiteindelijk iets dat alleen jij doet. Zo wordt het jouw soepje.

De wilde ganzen vliegen helemaal de verkeerde kant op lately, richting zuiden. Daar word ik altijd een beetje triest van.

Biechten

Het leukste van bloggen is het schaamteloos plaatsen van een schrijfsel dat toch verder niemand anders ooit zal publiceren. Tenzij het echt goed is natuurlijk. Het tweede leukste ding van bloggen zijn de reacties van mensen die iets hebben herkend in wat je schrijft en dit terug koppelen en het zo een “ ding van delen” maken, waardoor je als blogger het gevoel krijgt dat het toch een beetje geldt wat je doet. Heel af en toe duikt er ook iets als een geweten op.
Iemand uit een ver verleden stuurde mij een mail. Ze had mijn blog over “Mooi oud” gelezen.
Ze stelde een boel vragen, de meeste hadden een sarcastische ondertoon, niet helemaal terecht maar wel heel begrijpelijk.
En hier is dan het derde leukste ding van bloggen; je kunt publiekelijk biechten en een soort van schoon schip maken in de chaos van je geweten. Dat hoef je maar een keer te doen, want het bereik is onmetelijk groot zo op het world wide web.
Ik was toch al best wel persoonlijk bezig hier, dus waarom niet? Deze is voor jou K. En ook een beetje voor de twee vrouwen die het wereldje waar we in terecht kwamen niet overleefden.

U moet weten, ik was niet altijd zoals nu. Ach…wie is dat wel.
In haar de tijd van K was ik een echte tuttebel. Ik leefde in een wereld waar het belangrijker was hoe ik er uit zag dan wie ik was. Ik werkte voor Anna Blues-modeontwerpster als model wereldwijd, liep regio-shows en wisselde dit af met werken achter de cocktailbar in nachtclub Gdansk in Groningen. Een bad hair day of wallen onder mijn ogen na een nacht werken waren de drama’ s in mijn leven, een pukkel of een extra kilo de ultieme nachtmerrie. Ik leefde in een roes van werken in de horeca, langs de visagisten en stylisten, de catwalk op, af en toe een schoonheidsslaapje en veel party’s. Ik was jong en dan houd je dat wel vol. Mijn leven was een feestje, vol met altijd iets nieuws. Nieuwe steden, nieuwe shows, nieuwe kleren, nieuwe bewonderaars en als ik thuis kwam zat er altijd weer een trouwe schare fans aan mijn bar te smachten naar mijn bedwelmende cocktails. Dit leventje beviel mij wel. Ik hoefde nooit erg veel na te denken. Dat deed ik dan ook zo weinig mogelijk.

Alles veranderde toen ik na een zonreisje terug kwam naar Nederland met een gezicht vol roestvlekken, roest van het donkere soort. Ik zag er verschrikkelijk uit en dat werd bevestigd door de starende of juist snel weg-kijkende mensen om mij heen.
Make-up werd mijn oplossing. Ik heb dat nog een half jaar volgehouden en deed net of ik niet merkte dat ik steeds minder opdrachten kreeg. Visagisten houden niet van probleemhuidjes. Pas toen mijn mooie gave velletje veranderd was in een slagveld van verstopte poriën, steeds meer roest
en elke dag een uur camoufleren anders durfde ik de deur niet meer uit was voor mij de maat vol en bezocht ik een dermatoloog. Al gauw bleek mijn onschuldige pigment afwijking helemaal niet zo onschuldig en niet zo heel veel later werd een vorm van huidkanker geconstateerd waarvan gelukkig maar een paar plekjes echt kwaadaardig bleken.
Het werk in de mode was toen al over, en achter de bar.. tja, op een nacht was ik zo zat van mijn “masker”. Er was een warme en zweterige atmosfeer en ik voelde me vies onder mijn laag make-up. Ik was het opeens helemaal zat. Zat hoe ik me achter mn masker verstopte om wat iedereen wel zou denken als ik het niet deed, zat van de oppervlakkige behoefte aan bewondering en vooral zat van de tijd en energie die ik steeds stak in het laten zien van iemand die niet meer bestond.
In mijn pauze heb ik toen mijn gezicht helemaal schoongeboend. Ik heb nog even moeite gehad met terug stappen achter die bar, maar nooit spijt gehad van dat moment. Ik zie nog de gezichten en voel nog de overdosis aan reacties, de negatieve, maar die heb ik verdrongen, en de positieve waar ik mee verder ben gegaan.
Ik heb nog 2 x daarna een chirurgische ingreep gehad, waarvan de laatste 2 jaar geleden, omdat in mijn huid zich weer iets verdachts had voorgedaan.
Ik mag nooit meer onbedekt in de zon. Ik raak allang niet meer in paniek bij ieder nieuw plekje. De wereld van mode heb ik geen minuut gemist K, het was mooi zo lang het duurde. Wij waren mooi zo lang het duurde, en daarna begonnen we gewoon met ons leven, waar af en toe een knokpartij bij hoort.
Volgende keer gaat het weer gewoon over kunst. Koenjst.

Dooimist

Ik stuit aan het eind van deze middag op het woord. “Dooimist.”
Het geeft gelijk een naam aan alle dingen in deze dag, vanaf het eerste vroege begin van wakker worden door de loeiende sirenes door de straten van mijn stad. Een eindeloze echo van de trieste wetenschap, dat er ergens iemand heel erg in nood zit.
Een vreemde tegenstelling, in mijn dromen waren het de galmende gitaren van Pat Metheny en zweefde ik met mijn dierbaren ergens op de eerste rij van de Oosterpoort in Groningen.
Beneden in de keuken is het licht zo grijs dat het bijna hoorbaar druilt.
Nog meer sirenes en niet zomaar ergens, maar een straat verder. Mijn zoontje doet er opgewonden over.
Wanneer we later naar zijn school fietsen, en we de vlammen uit de daken zien spuiten op de onheilsplek merk ik dat ik me erger aan zijn kinderlijke uitspraken. “Oh, cool, nu heb ik echt iets te vertellen in de klas!” Hij is zowat blij. “Sja” reageer ik, “maar wat als er nou iemand gewond is geraakt.” Ik vind het flauw van mezelf dat ik hem zijn spectakel niet gun.
Ik heb een hekel aan ramptoerisme, je vergapen aan de ellende van een ander, maar een brand kan ik blijkbaar niet weerstaan ondanks mezelf en ineens sta ik daar tussen de menigte, maak zelfs een foto.
Ik heb zelf ooit brand gehad in huis en weet hoe snel vuur verslind. Ik sta daar maar, te wensen dat er niemand meer binnen is….
Er komt een jongen langs mij heen gerend. Hij schreeuwt iets. Ik hoor niet wat, maar de toon zorgt dat al mijn haren overeind gaan staan. Hij breekt door het afzetlint en trekt een sprint richting het brandende pand. Hij wordt opgevangen door agenten en mensen van de brandweer. Hij is hysterisch hij schreeuwt en kronkelt en ik zie hem crashen in de armen van de mannen die hem opvangen. Radeloos.
Zou er nog iemand binnen zijn.
Beschaamd tot op mijn nerven frommel ik mijn mobieltje terug in mijn broekzak en maak dat ik wegkom.
Er is nog iemand binnen. De gedachte laat me niet meer los.
Later aan de keukentafel zie ik hoe de tuinen in de verte in mist gehuld zijn. Is het de rook van de brand. Ik zoek op internet steeds naar het laatste nieuws, is het vuur al uit. Laat er niemand binnen zijn. Het beheerst mijn ochtend. Een eindeloze herhaling van naar het raam lopen en de verdrietige grauwheid buiten constateren en terug naar de keukentafel. Ik ben ondertussen in het hoofd van de moeder terecht gekomen van het meisje dat vermist schijnt te zijn. Ze woonde niet eens in het pand maar is te gast, voor het feestje van Vindicat vanavond.

Er was nog iemand binnen. Rond de middag verschijnen de eerste berichten. Ontzet lees ik over de jonge vrouw die gevonden is.
Op het nieuwsfilmpje zie ik de jongen nogmaals instorten. En opnieuw rookwolken, of is het toch mist.

Natuurlijk blijft het zo grijs dweilen vandaag.
Geen mooie klare uitzichten op de wintertuinen vandaag
Sissende tranen in mijn smeltende stad.
Dooimist

Mooi oud

Een paar keer per jaar neem ik mij voor om naar de kapper te gaan.
Ik vertrouw kappers niet. Een onbeduidend kindertraumaatje.
Een keer per jaar ga ik dan toch maar, een noodzakelijk kwaad, net als de tandarts.
En alleen de dooie puntjes mogen er af.

Zal ik er een spoeling doorheen doen, dan zie je er niks meer van, zegt het meisje voorzichtig.
Alle haren, ja ook die grijze gaan overeind staan.
“Waarvan?” Vraag ik met best wel een waarschuwing in mijn toon, vind ik zelf.
Noueuh…..ze knipt zwijgend door.
Ze geeft niet meteen op.
“Ik kan de kleur van de spoeling in precies uw eigen kleur mengen”, probeert ze opnieuw.
Zal ze nu van haar baas meer moeten verkopen dan een knipbeurt of heeft ze echt het beste met mij voor?
In beide gevallen slaat ze de plank volledig mis.
“Maar waarom dan? Ik voel hoe mijn toon alweer een octaaf is gezakt. Iedereen die mij een beetje kent zou op dit punt eieren voor zijn geld kiezen. Maar ze kent mij niet. En ze is jong genoeg om zich op deze manier met mijn uiterlijk te bemoeien zonder dat ik daar verder iets achter hoef te zoeken. Een prachtig meisje, jong en gaaf, iets teveel make-up, maar dat vind ik al gauw van make-up. Ik ontmoet haar blik in de spiegel en ze begint te blozen.
Ach wat, waar gaat het nou over, een paar grijze haren. Ik schiet in de lach en vraag haar hoe erg het is. Ze kleurt nog roder. Ik heb ineens oprecht met haar te doen.
“Ik vind het niet erg hoor”, probeer ik haar gerust te stellen.
Ik zie haar schaar bevriezen midden in een beweging. “Meent u dat nou echt?” Ze lijkt echt heel erg verbaasd.
Ze is van een andere wereld, besef ik dan. Een wereld van perfecte bikinilijntjes en mascararollers die je wimpers 10x voller en langer laten lijken. Een wereld waarin puistjes niet mogen, dik taboe is, maar volume een must. Ze leeft in de volle overtuiging dat wat op tv in de commercials gezegd wordt waar moet zijn. De tijdschriften die ze leest staan bol van goedbedoelde tips plus foto’s van de meisjes die deze tips goed hebben begrepen.
Wat moet ze nou met mij.

Het is mijn wereld niet. Ik doe daar niet aan mee.
Ik zie ze heus wel hoor, die grijzen. En dat alles aan mij richting zuiden begint te wijzen heeft niks met windrichting te maken. Wallen, rimpels, flubberarmen en weet ik veel wat me allemaal nog te wachten staat, het zal me wat.
In de spiegel met het koude winterlicht van rechts schatert het verval me toe en ik grijns terug.
Want mijn grijzen zijn zo goed als zilver. Wat gaat hangen is evengoed van mij en eerlijk verdient. Het meeste aan mij doet het nog goed, terwijl ik statistisch gezien “over de helft” ben. Met lipstick op mijn mond voel ik me net een clown en het bederft mijn smaak.
En ik wrijf graag af en toe hartgrondig in mijn ogen, daar hoef ik dus echt niks op te kladderen.

Geduldig leg ik haar uit dat het niet aan mij besteed is. Spoelingen, smeersels, conditioners, waxes, pakkingen, botox, lipodingessen…….. Ik heb liever een nieuwe schildersezel, want ik heb er nog maar 23, of een mooi Hahnemuhle Fine Art William Turner aquarelblok met 300grams vellen van 100% katoen en een grove korrel. O, en mijn rode oker en mijn cadmiumrood zijn ook op. Dat telt echt.

Nou mevrouw eigenlijk hebt u het ook helemaal niet nodig.Wilt u nog een kopje koffie?
Nog twee weken, dan is er een feestje. Dan kan ik weer een hele nacht dansen.
En dat telt ook.

Ik ga fantastisch elegant oud worden zonder toeters en bellen.