Spaanse Margrieten en de moed der dingen

miljoenen bloemen
hebben mijn zomer vol gebloeid
over een maand zijn ze vergeten.
maar die ene Spaanse Margriet
die mij eind oktober nog verraste
blijft in mijn hoofd, die vergeet ik niet
dat rijmt zomaar
dus is het waar

Er wordt vandaag een kastanje omgehaald in de tuinen. Een moedige meneer is vanochtend steeds hoger in de dode boom geklommen. Vol afgrijzen staan wij af en toe een schietgebedje voor hem op te zeggen, natuurlijk met de camera paraat, want dit moet vastgelegd.

Omhelzing, zo bizar, maar een andere manier om vandaag dit wezen te verwijderen is er niet. Kappen is geen optie, want de tuin is te klein en onze huizen staan er om heen. Deze man gaat dus naar de top om van daar steeds meer boom te verwijderen. Tak voor tak zal hij zich vandaag zijn weg naar de grond banen.
..hoger en hoger
..voorzichtig worden de afgezaagde takken aan touwen met lieren naar beneden gelaten om de tuinen op de grond tegen vallend geweld te beschermen.
…en daar gaat ze dan….
..met een enorme dreun gaat ze neer en dan is het een poosje stil.
Ik sta daar maar een beetje met mn camera.
Misschien komt er nog wel per ongeluk een gedicht van.

Een ding is zeker, de buurman heeft voor de hele winter genoeg haardhout. Er is ineens een grote lege plek in de tuinen, en gek genoeg wordt het er niet lichter van.

Nooit meer maandag in de hotelkeuken

Dat alle workshops bij NOOITMEERMAANDAG een feestje zijn dragen we al een poosje uit. Dat het ook elke keer weer zo uitpakt kunnen we eigenlijk niet eens echt helpen, Marian en ik doen gewoon ons ding.
Deze week was er in het atelier van Marian weer zo’n feestje.
Een vrijgezellenfeestje.
De aanstaande bruid droeg een paarse pruik, een strooien rok en een grote strik met de overbodige tekst “ ik ga trouwen.” Ze genoot. Ze genoot van de dag, van haar vriendinnen, het op handen zijnde huwelijk, die outfit, ze haalde haar schouders erover op en schudde haar lila lokken naar achteren, en smeerde de verf nog eens lekker uit.
Marian en ik vinden dan dat de hele wereld klopt.
Een medevrijgezellenfeestganger had speciaal voor de gelegenheid hele oude laarsjes aangetrokken met idee dat het vies moest kunnen worden, maar nergens was ook maar een spatje verf te bekennen aan het eind van de workshop. Dan maar een bloemetje hier en daar heeft ze gedacht.
Lachend hebben we het even aan staan kijken en omdat het onmogelijk is je op zo’ n moment te beheersen hebben we met toestemming van de eigenares op onvervalste NOOITMEERMAANDAG-wijze de laarzen een Pollockwaardige upgrade gegeven. Een actionpaint waar ze nog lang plezier van heeft want de vlekken gaan er nooit meer uit.

Helaas was dit het laatste feestje op deze plek; de hotelkeuken van de voormalige hotelvakschool. Marian huurt lekker in tegenspraak met de antikraakwet van Carex , maar is daar nu de dupe van geworden.
Na jarenlang werken van verhuizing tot verhuizing, talrijke ateliers verder is er plots geen nieuwe ruimte in het verschiet. Lichte paniek heeft zich van ons meester gemaakt aangezien we tot diep in december nog boekingen hebben voor de workshops die in haar atelier passen. Het is ook niet zo dat Marian met een kleine studio toe kan, na wat zij al die jaren heeft verzameld …nou ja kijk hier maar dan snap je het wel en denk dan even aan het formaat van haar kunstwerken. In het huidige atelier ligt nog steeds een schaap van 7 meter.
We hebben er zo lang mogelijk luchtig over gedaan, maar vandaag stond ze haar eerste schilderijen in te pakken en was er opeens verdriet.

Aan ruimte komen is niet alleen het probleem, maar een permanente ruimte die aan alle eisen voldoet..kom er maar eens om.
Het wordt voorlopig een beetje zwerven.
In mijn ateliers aan het Damsterdiep, in de voormalige NOOITMEERMAANDAG-galerieruimte aan de Westersingel, en op lokatie her en der.
We zijn creatief genoeg om dit op te lossen, maar jammer is het wel.

Ik heb sinds deze week internet in mijn ateliers.

Pindasoepje

Ik ben half Surinaams. Dat merkt verder niemand aan mij. Ik had net zo goed Marokkaans of Turks of Spaans kunnen zijn.
Als ik reis wordt ik aangesproken in de taal van het land waar ik ben. Ik ben een soepje
Ik ben bijna nooit bezig met mijn afkomst, al komt het wel geregeld ter sprake in de “wat-voor-een-ras-ben-jij?”-vragen.
Soeppraatjes vind ik dat altijd en meestal begin ik te schutteren met het enige echte Surinaamse bewijs; mijn pindasoep. Een traditie die ik koester en met veel bombarie op feestdagen en andere bijeenkomsten misbruik om vooral veel leuke mensjes de keuken in te lokken en rond de keukentafel te gijzelen.

In mijn familie zijn een flink aantal mensen die pindasoep kunnen maken, zo moeilijk is dat natuurlijk ook niet. De recepten variëren. Zo heb ik een tante die gewoon een hele kip in de soep doet en alles erin laat zitten; botjes, velletjes en dingetjes die je niet meer herkent en voor de zekerheid op de rand van je bord legt. Grote stukken vlees en groente kom je ook bij sommige pindasoepkokers tegen. Dat moet echt met beleid naar je mond en dan gaat het soms toch nog fout. Daar heb je je “tengels” voor nodig. Echt Surinaams is dat.
De pindasoep die ik maak heb ik van mijn moeder geleerd, zij trekt de basis van kipfilet. Een keurig soepje, zo eentje waar je niet dingessen uit je mond hoeft te plukken en die je gewoon met een lepel kunt eten.
Dat eten is altijd wel een dingetje in de huiselijke kring. Er wordt heel kritisch geproefd… hmmmmmm had wel iets meer van dat dittum in gemogen, ja en iets minder van dattum, een liefdevol gekissebis zoals dat binnen mijn familie hoort te bestaan, ook een traditie.
Natuurlijk is de pindasoep van mijn moeder het lekkerste.

Gisteren vierden we met de hele familie de verjaardag van neef Jimmy.
Er was pindasoep. Die van mijn moeder.

twee liter pindasoep
3 kipfilets kleingesneden met 2 liter water opzetten
2 uien, waarvan een halve met drie kruidnagelen erin gestoken(niet
vergeten er weer uit te halen)
twee preien, zo fijn of grof als je wilt
2 a 3 tomaten in blokjes en het liefst ontveld
4 a 5 kippeboullonblokjes
2 a 3 teentjes knoflook
1 eetlepel bamikruiden van conimex
1 a 2 theelepels sambal badjak
1/2 eetlepel kerriepoeder
mespuntje nootmuskaat
Verder naar eigen smaak toevoegen: zwarte peper
scheutje ketjap manis
worchestershiresauce
Aan het eind van de kooktijd roer je er 1½ pot pindakaas doorheen.
Ergens gaat er dan ook nog iets doorheen wat ik niet ga verklappen. Om je dit recept eigen te maken verzin je uiteindelijk iets dat alleen jij doet. Zo wordt het jouw soepje.

De wilde ganzen vliegen helemaal de verkeerde kant op lately, richting zuiden. Daar word ik altijd een beetje triest van.

Natural Networking festival

#NNF10

Natural networking festival in Elp. Waarom? Zomaar, om eens een keer iets anders te doen met NooitMeerMaandag, misschien een beetje inspiratie tappen uit de natuur. Marian en ik hadden ons er niet al te veel van voorgesteld. Wel hadden we zin in een weekend met een tent in de bossen, maar netwerken…

Dat netwerken ging uiteindelijk vanzelf natuurlijk, hoe kan het ook anders op het “natural networking festival
We waren ingedeeld om een actionpaint a la NooitMeerMaandag te geven. Lekker gooien en smijten met verf.
We werkten met z’n tweetjes als altijd, maar er was deze keer nog iets anders.
Groots, levend, alsof het bos bestond uit een enorm orgaan.

Ik ken deze terreinen van Staatsbosbeheer van zomerweken vol “Buitenkunst.” Tientallen kunstworkshops werden daar gegeven in allerlei disciplines.
Ik durfde toen nog niks. Ik was met volle overgave moeder en probeerde een relatie met iemand in stand te houden die bij voorbaat al mislukt was. Af en toe ging ik 5 minuten naar een workshop. Om te kijken. Meer ruimte zat er toen gewoon niet in mijn hoofd. Beren zaten daar, enorme beren.
Ik was jaloers op de vrijheid van die mensen die daar van alles aan gingen.

Op het punt dat elke creatieveling zal herkennen kwamen Marian en ik ook hier weer beren op de weg tegen, of beter gezegd beren in het bos.
De actionpaint workshop was zo spannend door de totaal ongeschikte setting, gras/modderbodem, dat we ter plekke besloten niet de workshop te geven die we normaal doen en dat was een geweldige beslissing. Het ging niet meer om het resultaat in verf en materie, maar om de mensen die ons vonden die middag. Met een dreigende regenwolk boven onze buitenluchtkoppen speelden we alle regels die horen bij het spel dat je met verf speelt. En vooral met elkaar.

Martijn Aslander heeft tijdens de opening van ons bedrijf in zijn optreden iets gezegd dat wij zo mooi vonden en nog altijd handhaven; mensen kunnen bij ons veilig falen, en omdat Marian en ik ons daar aan over kunnen geven kunnen de andere spelers dat ook.

Dat stukje bos waar we bivakkeerden dat was nog wat. Behalve die naalden en die regen.
We hadden anderhalve kilometer krimpfolie meegezeuld om daar wat mee te spelen.
Het plan was om een world wide web te bouwen tussen die bomen en dat ’s nachts te verlichten zodat er een atmosfeer zou ontstaan die iets toe zou voegen aan deze plek voor de mensen die het wilden bezoeken. De installatie zou het netwerk en de verbindingen uit drukken en we wilden eieren gebruiken om de inspiratie te verbeelden. Het idee was binnen een week bedacht en materiaal was ook geen probleem. Na wat experimenteren hadden we er alle vertrouwen in dat we dat world wide web ook echt konden bouwen. Onze beren hadden in dit stadium nog maar het formaat van een teddy.

Toen ik ’s middags na de actionpaint met mijn emmers vol water, kwasten en andere attributen het huiskamerveld overstak, kwam een attente heer mij tegemoet en nam mijn zware last van mij over. Tijdens het spoelen kwamen we in gesprek. Zijn naam was Wouter en hij vertelde dat hij er zo van hield om in bomen te klimmen.
Ik moest me beheersen om hem niet meteen naar ons kampement te sleuren.

Later klom hij voor ons in de bomen. We hebben niet 1 beer meer gezien.

Ons web spon zichzelf.
De hele natuur werkte mee. Het weer. Het bos. ’s Avonds waren er sterren door de bomen.
We vonden Renger en Steven bereid live muziek te maken voor ons ’s nachts en ineens was het een beetje magisch.
Mensen kwamen, en sommigen bleven om wat tijd met ons te delen daar onder dat world wide web.
Een enkeling was zelfs ontroerd.

Nog meer prachtige foto’s van RonaldAlbers
En foto’s van Marieke van der Veen

Ik ben als een blok gevallen voor een stuk of 200 mensen. M’n hart is flink opgerekt.
Ik heb prachtige verhalen aan de kampvuren gehoord, godenvoer gehad van Wout de Moor en zijn team “komt wel goed schatje”. Stiekem heb ik af en toe mn ego laten strelen door een foute man om lachend weg te lopen en heel af en zong ik mee met de stomme liedjes.
Heel veel kleine foto’ tjes zijn ineens echte mensen geworden op twitter.

In het atelier van Marian ligt een bos op de vloer. Dat krijg je wanneer je de tent afbreekt en inpakt als het regent. Honderden dennennaalden herinneren ons aan dat mooie plekje daar in dat bos. Even buiten de dynamiek van het festival. En toch verbonden met zoveel mensen. Marian weer met andere mensen dan ik en dus dubbel zoveel verhalen als je zo je natte tent uit hangt.

En nu dweil ik wat verloren rond, want ik mis het bos. Ik mis de geuren en de atmosfeer ook al was was deze ietwat vochtig. Ik mis vooral de bijzondere dynamiek die zoveel namen heeft en daardoor niet te benoemen is.

O ja die beren in het bos, die hebben we daar maar gelaten.

Biechten

Het leukste van bloggen is het schaamteloos plaatsen van een schrijfsel dat toch verder niemand anders ooit zal publiceren. Tenzij het echt goed is natuurlijk. Het tweede leukste ding van bloggen zijn de reacties van mensen die iets hebben herkend in wat je schrijft en dit terug koppelen en het zo een “ ding van delen” maken, waardoor je als blogger het gevoel krijgt dat het toch een beetje geldt wat je doet. Heel af en toe duikt er ook iets als een geweten op.
Iemand uit een ver verleden stuurde mij een mail. Ze had mijn blog over “Mooi oud” gelezen.
Ze stelde een boel vragen, de meeste hadden een sarcastische ondertoon, niet helemaal terecht maar wel heel begrijpelijk.
En hier is dan het derde leukste ding van bloggen; je kunt publiekelijk biechten en een soort van schoon schip maken in de chaos van je geweten. Dat hoef je maar een keer te doen, want het bereik is onmetelijk groot zo op het world wide web.
Ik was toch al best wel persoonlijk bezig hier, dus waarom niet? Deze is voor jou K. En ook een beetje voor de twee vrouwen die het wereldje waar we in terecht kwamen niet overleefden.

U moet weten, ik was niet altijd zoals nu. Ach…wie is dat wel.
In haar de tijd van K was ik een echte tuttebel. Ik leefde in een wereld waar het belangrijker was hoe ik er uit zag dan wie ik was. Ik werkte voor Anna Blues-modeontwerpster als model wereldwijd, liep regio-shows en wisselde dit af met werken achter de cocktailbar in nachtclub Gdansk in Groningen. Een bad hair day of wallen onder mijn ogen na een nacht werken waren de drama’ s in mijn leven, een pukkel of een extra kilo de ultieme nachtmerrie. Ik leefde in een roes van werken in de horeca, langs de visagisten en stylisten, de catwalk op, af en toe een schoonheidsslaapje en veel party’s. Ik was jong en dan houd je dat wel vol. Mijn leven was een feestje, vol met altijd iets nieuws. Nieuwe steden, nieuwe shows, nieuwe kleren, nieuwe bewonderaars en als ik thuis kwam zat er altijd weer een trouwe schare fans aan mijn bar te smachten naar mijn bedwelmende cocktails. Dit leventje beviel mij wel. Ik hoefde nooit erg veel na te denken. Dat deed ik dan ook zo weinig mogelijk.

Alles veranderde toen ik na een zonreisje terug kwam naar Nederland met een gezicht vol roestvlekken, roest van het donkere soort. Ik zag er verschrikkelijk uit en dat werd bevestigd door de starende of juist snel weg-kijkende mensen om mij heen.
Make-up werd mijn oplossing. Ik heb dat nog een half jaar volgehouden en deed net of ik niet merkte dat ik steeds minder opdrachten kreeg. Visagisten houden niet van probleemhuidjes. Pas toen mijn mooie gave velletje veranderd was in een slagveld van verstopte poriën, steeds meer roest
en elke dag een uur camoufleren anders durfde ik de deur niet meer uit was voor mij de maat vol en bezocht ik een dermatoloog. Al gauw bleek mijn onschuldige pigment afwijking helemaal niet zo onschuldig en niet zo heel veel later werd een vorm van huidkanker geconstateerd waarvan gelukkig maar een paar plekjes echt kwaadaardig bleken.
Het werk in de mode was toen al over, en achter de bar.. tja, op een nacht was ik zo zat van mijn “masker”. Er was een warme en zweterige atmosfeer en ik voelde me vies onder mijn laag make-up. Ik was het opeens helemaal zat. Zat hoe ik me achter mn masker verstopte om wat iedereen wel zou denken als ik het niet deed, zat van de oppervlakkige behoefte aan bewondering en vooral zat van de tijd en energie die ik steeds stak in het laten zien van iemand die niet meer bestond.
In mijn pauze heb ik toen mijn gezicht helemaal schoongeboend. Ik heb nog even moeite gehad met terug stappen achter die bar, maar nooit spijt gehad van dat moment. Ik zie nog de gezichten en voel nog de overdosis aan reacties, de negatieve, maar die heb ik verdrongen, en de positieve waar ik mee verder ben gegaan.
Ik heb nog 2 x daarna een chirurgische ingreep gehad, waarvan de laatste 2 jaar geleden, omdat in mijn huid zich weer iets verdachts had voorgedaan.
Ik mag nooit meer onbedekt in de zon. Ik raak allang niet meer in paniek bij ieder nieuw plekje. De wereld van mode heb ik geen minuut gemist K, het was mooi zo lang het duurde. Wij waren mooi zo lang het duurde, en daarna begonnen we gewoon met ons leven, waar af en toe een knokpartij bij hoort.
Volgende keer gaat het weer gewoon over kunst. Koenjst.

Dooimist

Ik stuit aan het eind van deze middag op het woord. “Dooimist.”
Het geeft gelijk een naam aan alle dingen in deze dag, vanaf het eerste vroege begin van wakker worden door de loeiende sirenes door de straten van mijn stad. Een eindeloze echo van de trieste wetenschap, dat er ergens iemand heel erg in nood zit.
Een vreemde tegenstelling, in mijn dromen waren het de galmende gitaren van Pat Metheny en zweefde ik met mijn dierbaren ergens op de eerste rij van de Oosterpoort in Groningen.
Beneden in de keuken is het licht zo grijs dat het bijna hoorbaar druilt.
Nog meer sirenes en niet zomaar ergens, maar een straat verder. Mijn zoontje doet er opgewonden over.
Wanneer we later naar zijn school fietsen, en we de vlammen uit de daken zien spuiten op de onheilsplek merk ik dat ik me erger aan zijn kinderlijke uitspraken. “Oh, cool, nu heb ik echt iets te vertellen in de klas!” Hij is zowat blij. “Sja” reageer ik, “maar wat als er nou iemand gewond is geraakt.” Ik vind het flauw van mezelf dat ik hem zijn spectakel niet gun.
Ik heb een hekel aan ramptoerisme, je vergapen aan de ellende van een ander, maar een brand kan ik blijkbaar niet weerstaan ondanks mezelf en ineens sta ik daar tussen de menigte, maak zelfs een foto.
Ik heb zelf ooit brand gehad in huis en weet hoe snel vuur verslind. Ik sta daar maar, te wensen dat er niemand meer binnen is….
Er komt een jongen langs mij heen gerend. Hij schreeuwt iets. Ik hoor niet wat, maar de toon zorgt dat al mijn haren overeind gaan staan. Hij breekt door het afzetlint en trekt een sprint richting het brandende pand. Hij wordt opgevangen door agenten en mensen van de brandweer. Hij is hysterisch hij schreeuwt en kronkelt en ik zie hem crashen in de armen van de mannen die hem opvangen. Radeloos.
Zou er nog iemand binnen zijn.
Beschaamd tot op mijn nerven frommel ik mijn mobieltje terug in mijn broekzak en maak dat ik wegkom.
Er is nog iemand binnen. De gedachte laat me niet meer los.
Later aan de keukentafel zie ik hoe de tuinen in de verte in mist gehuld zijn. Is het de rook van de brand. Ik zoek op internet steeds naar het laatste nieuws, is het vuur al uit. Laat er niemand binnen zijn. Het beheerst mijn ochtend. Een eindeloze herhaling van naar het raam lopen en de verdrietige grauwheid buiten constateren en terug naar de keukentafel. Ik ben ondertussen in het hoofd van de moeder terecht gekomen van het meisje dat vermist schijnt te zijn. Ze woonde niet eens in het pand maar is te gast, voor het feestje van Vindicat vanavond.

Er was nog iemand binnen. Rond de middag verschijnen de eerste berichten. Ontzet lees ik over de jonge vrouw die gevonden is.
Op het nieuwsfilmpje zie ik de jongen nogmaals instorten. En opnieuw rookwolken, of is het toch mist.

Natuurlijk blijft het zo grijs dweilen vandaag.
Geen mooie klare uitzichten op de wintertuinen vandaag
Sissende tranen in mijn smeltende stad.
Dooimist

Mooi oud

Een paar keer per jaar neem ik mij voor om naar de kapper te gaan.
Ik vertrouw kappers niet. Een onbeduidend kindertraumaatje.
Een keer per jaar ga ik dan toch maar, een noodzakelijk kwaad, net als de tandarts.
En alleen de dooie puntjes mogen er af.

Zal ik er een spoeling doorheen doen, dan zie je er niks meer van, zegt het meisje voorzichtig.
Alle haren, ja ook die grijze gaan overeind staan.
“Waarvan?” Vraag ik met best wel een waarschuwing in mijn toon, vind ik zelf.
Noueuh…..ze knipt zwijgend door.
Ze geeft niet meteen op.
“Ik kan de kleur van de spoeling in precies uw eigen kleur mengen”, probeert ze opnieuw.
Zal ze nu van haar baas meer moeten verkopen dan een knipbeurt of heeft ze echt het beste met mij voor?
In beide gevallen slaat ze de plank volledig mis.
“Maar waarom dan? Ik voel hoe mijn toon alweer een octaaf is gezakt. Iedereen die mij een beetje kent zou op dit punt eieren voor zijn geld kiezen. Maar ze kent mij niet. En ze is jong genoeg om zich op deze manier met mijn uiterlijk te bemoeien zonder dat ik daar verder iets achter hoef te zoeken. Een prachtig meisje, jong en gaaf, iets teveel make-up, maar dat vind ik al gauw van make-up. Ik ontmoet haar blik in de spiegel en ze begint te blozen.
Ach wat, waar gaat het nou over, een paar grijze haren. Ik schiet in de lach en vraag haar hoe erg het is. Ze kleurt nog roder. Ik heb ineens oprecht met haar te doen.
“Ik vind het niet erg hoor”, probeer ik haar gerust te stellen.
Ik zie haar schaar bevriezen midden in een beweging. “Meent u dat nou echt?” Ze lijkt echt heel erg verbaasd.
Ze is van een andere wereld, besef ik dan. Een wereld van perfecte bikinilijntjes en mascararollers die je wimpers 10x voller en langer laten lijken. Een wereld waarin puistjes niet mogen, dik taboe is, maar volume een must. Ze leeft in de volle overtuiging dat wat op tv in de commercials gezegd wordt waar moet zijn. De tijdschriften die ze leest staan bol van goedbedoelde tips plus foto’s van de meisjes die deze tips goed hebben begrepen.
Wat moet ze nou met mij.

Het is mijn wereld niet. Ik doe daar niet aan mee.
Ik zie ze heus wel hoor, die grijzen. En dat alles aan mij richting zuiden begint te wijzen heeft niks met windrichting te maken. Wallen, rimpels, flubberarmen en weet ik veel wat me allemaal nog te wachten staat, het zal me wat.
In de spiegel met het koude winterlicht van rechts schatert het verval me toe en ik grijns terug.
Want mijn grijzen zijn zo goed als zilver. Wat gaat hangen is evengoed van mij en eerlijk verdient. Het meeste aan mij doet het nog goed, terwijl ik statistisch gezien “over de helft” ben. Met lipstick op mijn mond voel ik me net een clown en het bederft mijn smaak.
En ik wrijf graag af en toe hartgrondig in mijn ogen, daar hoef ik dus echt niks op te kladderen.

Geduldig leg ik haar uit dat het niet aan mij besteed is. Spoelingen, smeersels, conditioners, waxes, pakkingen, botox, lipodingessen…….. Ik heb liever een nieuwe schildersezel, want ik heb er nog maar 23, of een mooi Hahnemuhle Fine Art William Turner aquarelblok met 300grams vellen van 100% katoen en een grove korrel. O, en mijn rode oker en mijn cadmiumrood zijn ook op. Dat telt echt.

Nou mevrouw eigenlijk hebt u het ook helemaal niet nodig.Wilt u nog een kopje koffie?
Nog twee weken, dan is er een feestje. Dan kan ik weer een hele nacht dansen.
En dat telt ook.

Ik ga fantastisch elegant oud worden zonder toeters en bellen.

Nachtgedachten

Nachtgedachten 2.48 uur
Ze staan na uren nog steeds op mn netvlies, nadat de camera was uitgezoemd…….wat een boel witte lakens.
En wat zijn er veel kleintjes bij..
Je weet s’ochtends nooit of het vandaag je sterfdag zal zijn.
Je doet gewoon je ding en dan valt ineens de wereld om.
Gewoon boven op jou.
Je bent 1 jaar en je wordt gespaard. Je bent 10 en je bent meteen dood.
Je bent 30 en je ligt 3 dagen onder een gebouw bekneld met je dode familie om je heen.
Je bent 15 en na die enorme klap weet je niet waar je bent, je kunt je niet meer bewegen, je stem is opgehouden van uitputting er is steeds minder geluid om je heen en je bent bang dat je zult sterven.
Sommigen weten s’ochtends dat het hun sterfdag zal zijn.
Daggedachten
Landerig aan de keukentafel brengen we de dag door in somberheid om zoveel leed.
We zouden hierdoor onze eigen lasten en pijnen kunnen relativeren en zo nog een beetje stemming kunnen genereren, maar het is wel goed zo. Waarom zou je altijd maar voorbij de ellende willen? Omdat ze van iemand anders is? Op de Apple-tv komen foto’s voorbij, huwelijksfoto’s, babyfoto’s, vrienden, feestjes, vakanties ons leven in een veilige stevige notendop.
We zijn er allemaal een beetje stil van vandaag.

Nooit meer maandag 2

NOOIT MEER MAANDAG 2

De overgave

Marian ontmoette ik wel eens op feestjes. We hebben ons kunstenaarschap gemeen en het klikte. Toen ze mij vroeg of ze eens bij een workshop mocht helpen zei ik direct ja.
Vanaf het begin is dat een voltreffer geweest. We vullen elkaar griezelig goed aan tijdens de sessies en onze klanten krijgen dat mee in de “fun”die we beleven aan het gezamenlijk creëren.

Dat gezamenlijk creëren is toch wel een ding geweest hoor.
Vóór het presentatiefeestje dat we wilden geven om onze samenwerking officieel te maken besloten we eerst alle producten die we aanbieden zelf grondig uit te proberen. We hebben vooral veel zitten experimenteren om het nog specialer te maken. Een zomer lang hebben we daar in mijn atelier elkaar helemaal gek zitten maken, verzonnen we nieuwe workshops om onze concullega’s voor te blijven, immers elk zichzelf respecterend atelier geeft tegenwoordig workshops. Elke ingeving van Marian rukte bij mij een register aan ideeën open en omgekeerd werkte dat net zo. Onze directe kring mensen werd stapelkrankjorum van ons. We waren in die periode waarschijnlijk voor niemand anders te pruimen dan voor ons.
In die zomer van 2008 zijn een paar bijzondere producten ontstaan. Bijvoorbeeld papierhasjee, een soort van papier-maché maar dan anders. Door lijmsoorten te mixen ontdekten we toepassingen die in een korter tijdsbestek maximaal resultaat opleverden, waardoor onze klanten met een degelijker kunstwerk thuiskomen. Toen het herfst werd stonden we te schilderen met alles behalve verf. Steeds iets nieuws verzinnen werd ons motto, bij alles wat we deden.

Tijdens die experimentele sessies is een sfeer ontstaan van altijd willen blijven hangen in de kick van het nieuwe, niet denken maar doen en de blunders eruit ziften, om onze klanten veilig te kunnen laten falen.
Ik zag op televisie hoe we binnen 5 minuten onze rijst op tafel kunnen hebben, dat heeft uncle Sam zo bedacht. Een klein fragment uit het dagelijks bestaan van de gemiddelde werkende/ondernemende Nederlander. Ik maak zelf ook deel uit van die hollende meute.
Marian en ik willen optimale omstandigheden scheppen om een “moment” te ontrukken aan de meedogenloze vaart van deze tijd. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor onze klanten. Het duurde even voor we dat kort en bondig onder woorden konden brengen. NOOITMEERMAANDAG is voor ons een kreet die deze lading dekt.
In eerste instantie lieten we alles zachtjes en bescheiden rondzoemen.
Tijdens de lancering van NOOIT MEER MAANDAG in oktober 2008maakten we al iets meer kabaal. Martijn Aslander deed de opening en we maakten een goede indruk op onze stad.

Niet denken maar doen werd een veelgehoorde kreet in het atelier, dat geldt echter alleen voor de spelers. Wij als coaches denken wel degelijk na.
Wanneer men een kunstwerk als resultaat wil moet er een krachtige compositie staan. Een verantwoord kleurpalet. En als er een bepaalde vorm vereist is moet hij vormvast zijn. Lukt dat de deelnemers niet, dan moet onze trukendoos open.
Bij veel kunstenaars blijft die dicht, want stel je voor dat iemand anders jouw dingetje gaat doen.
Eigenlijk is het not done om je als coach te bemoeien met de inhoud van het kunstwerk, belangrijk is het om je klant het gevoel te geven dat het maaksel alleen en enkel en alleen tot stand kwam door zijn of haar vermogen. Een mooi streven hoor, maar om een kunstwerk tot stand te brengen dat klopt volgens de normen van een kunstwerk valt nog niet mee wanneer je nog nooit een penseel gehanteerd hebt.

Leuk hoor een dergelijk broddelwerkje, maar we hangen het toch liever in de kantine dan in de hal, want het rammelt aan alle kanten, hoe leuk de teambuilding dag ook was en hoe hard we ook gelachen hebben.

Natuurlijk is het belangrijk om niet aan de eigenwaarde van een maker te komen, maar is het gevoel van trots niet even groot als dat kunstwerk ook echt een eyecatcher is op een prominente plek mede omdat het goed doorwrocht is?

Marian en ik zijn heel wat workshops verder, de een met wat meer spektakel dan de ander, dat passen we per klant keurig aan, maar allemaal waardevol. Onze anti-site is veranderd in een mooie stevige visitekaart online ga maar eens kijken op nooitmeermaandag.nl.

..het moment dat het gemurmel gegniffel en andere geluiden die bij gêne horen overgaan in stilte. Ik hoor de kwartjes vallen. Dit is het moment dat Marian en ik even naar elkaar gniffelen.
Dit is een van die dingen waar het ons om te doen is, die bijna stilte, met alleen nog het geluid van overgave.

NOOIT MEER MAANDAG 1

 

Dansen met aversie

Eerst een stukje geschiedenis.

Uit mijn boekje met bezwaren, 2003.
Dicht op hun huid, ik moet dichtbij kunnen komen anders werkt het niet. Daarvoor moet ik anderen ook dicht bij mij laten. Soms stuit ik op een enorme weerstand. Ik moet nog leren om dat als “niet persoonlijk” op te vatten. Als ik dat heb overwonnen begin ik met “echte” cursisten.

We waren destijds met 7 mensen frequent in mijn atelier aan het schilderen. Het was helemaal niet de bedoeling dat ik les zou geven aan deze mensen, maar gaandeweg merkten we dat ik vaak een meer dan ondersteunende rol vervulde. Er waren avonden dat ik zelf niet meer aan schilderen toe kwam. Ik werd zomaar vanzelf een soort kunstjuf. Omdat ik deze mensen goed kende, durfde ik wel te experimenteren met mijn “kennis”.

2006.
Ik zie weerstand nog steeds als een persoonlijk falen van mijn kant.
Soit. Ondertussen ben ik toch maar begonnen.
Als mensen naar mijn lesmethoden vragen, moet ik ze in de meeste gevallen het antwoord schuldig blijven. Methoden? Hoe omschrijf je in één woord een heel uitgangspunt?
Lesgeven kan je het niet noemen.
Het is meer het delen van wat ik weet. En ook dat dekt de lading niet.
Het is eigenlijk een interactie met ons creatieve brein als communicatiemiddel.
Is dat een methode?
Zo ordelijk kan ik helemaal niet denken.
In een kunstproject dat ik maakte is er een moment geweest dat ik begreep dat ik geen controle meer had over de 400 mensen die daaraan mee werkten en dat de enige optie was om geen energie meer te steken in het willen bijsturen van een dergelijk grote groep.
In plaats daarvan begon ik mij te richten op de output en leerde de schoonheid daarvan te herkennen. Daardoor vergat ik de stress van hoe anders het werd als ik het voor ogen had gehad. Door afstand te nemen van het resultaat dat ikzelf voor ogen had bleef er veel meer ruimte over voor anderen. Ik begon de omstandigheden te optimaliseren en oogstte zo een prachtig eindproduct.
In feite is dat nog steeds wat ik doe, alleen nu met wat minder deelnemers. Daardoor heb ik wel een beter overzicht en kan ik de kwaliteit van die output beter waarborgen. Elke cursist heeft een andere behoefte en de energie die ik in het individu steek, levert meer op dan de energie die ik aan een groep geef. Niet bepaald een methode. Daar zijn de onderlinge verschillen van de mensen waar ik mee werk en leer te groot voor.
Roxart telt straks na de herfstvakantie zo’n 40 cursisten waarvan het grootste deel het atelier wekelijks bezoekt.
Na helemaal niet zo lang wegen en wikken heb ik besloten in januari een extra cursus te starten.
Aanstaande vrijdag beginnen de vrijdagmiddagcursussen weer voor de kinderen, tot mei zit dat helemaal vol.
Vanaf januari start voor het eerst ook een cursus voor de jongere creatievellingen op de woensdagmiddag. Kinderen vanaf 6 jaar kunnen zich daar voor opgeven.

Schilderen met je kind begint 12 november weer. Hier is voor dit jaar geen opgave meer mogelijk, ook dit zit vol.

Mijn atelier loopt dus vol.

Het liep helemaal anders. Ik werd ziek. Erg ziek.
Ik leerde dat wat ik deed geen lesgeven was.
Ik kroop onder de huid van mijn cursisten en zij maakten hun schilderij via mij. Als ik 10 mensen op een ochtend in mijn atelier had, was ik aan het eind van de ochtend helemaal op.
Ik had dan aan 10 schilderijen gewerkt alsof het de mijne waren. Nu ik dit zo zwart op wit heb staan zie ik de kolder daarvan wel in.

Ik raakte alles kwijt. Mijn atelier en dus alle cursisten, maar wat erger was ik raakte mezelf even helemaal kwijt.

Achteraf is dat een prachtige crisis geweest.

The positive thing about having a total meltdown
is the opportunity of starting over again.
Like a white canvas waiting to be painted

Ik begon opnieuw. Niet meer met 40 cursisten. Ik had besloten dat ik dat niet goed had aangepakt en ik wist geen betere manier dan hoe ik het gedaan had.

Mijn eerste workshop kwam in mijn schoot gevallen.
Een teambuilding workshop in samenwerking met een psycholoog voor een team dat vastgelopen was. Ik deed mijn ding met verf en A observeerde, analyseerde en rapporteerde.
Het werd een succes.
Het was weer het verzet van mensen waar ik op stuk dreigde te lopen en ik besloot alleen nog workshops te geven voor de “fun”

2009
Ik ben nu bijna 7 jaar verder.
Door mijn eigen opleiding aan de klassieke academie ben ik technisch beter geworden. Ik heb gezien en ervaren dat verzet iets is waar je mee kunt werken, dat mijn verzet tegen het verzet het enige verzet is waar ik last van had.
Als ik nu nog een keer verzet typ is het een woord geworden waar je bijna om kunt lachen.

Verzet.