Dooimist

Ik stuit aan het eind van deze middag op het woord. “Dooimist.”
Het geeft gelijk een naam aan alle dingen in deze dag, vanaf het eerste vroege begin van wakker worden door de loeiende sirenes door de straten van mijn stad. Een eindeloze echo van de trieste wetenschap, dat er ergens iemand heel erg in nood zit.
Een vreemde tegenstelling, in mijn dromen waren het de galmende gitaren van Pat Metheny en zweefde ik met mijn dierbaren ergens op de eerste rij van de Oosterpoort in Groningen.
Beneden in de keuken is het licht zo grijs dat het bijna hoorbaar druilt.
Nog meer sirenes en niet zomaar ergens, maar een straat verder. Mijn zoontje doet er opgewonden over.
Wanneer we later naar zijn school fietsen, en we de vlammen uit de daken zien spuiten op de onheilsplek merk ik dat ik me erger aan zijn kinderlijke uitspraken. “Oh, cool, nu heb ik echt iets te vertellen in de klas!” Hij is zowat blij. “Sja” reageer ik, “maar wat als er nou iemand gewond is geraakt.” Ik vind het flauw van mezelf dat ik hem zijn spectakel niet gun.
Ik heb een hekel aan ramptoerisme, je vergapen aan de ellende van een ander, maar een brand kan ik blijkbaar niet weerstaan ondanks mezelf en ineens sta ik daar tussen de menigte, maak zelfs een foto.
Ik heb zelf ooit brand gehad in huis en weet hoe snel vuur verslind. Ik sta daar maar, te wensen dat er niemand meer binnen is….
Er komt een jongen langs mij heen gerend. Hij schreeuwt iets. Ik hoor niet wat, maar de toon zorgt dat al mijn haren overeind gaan staan. Hij breekt door het afzetlint en trekt een sprint richting het brandende pand. Hij wordt opgevangen door agenten en mensen van de brandweer. Hij is hysterisch hij schreeuwt en kronkelt en ik zie hem crashen in de armen van de mannen die hem opvangen. Radeloos.
Zou er nog iemand binnen zijn.
Beschaamd tot op mijn nerven frommel ik mijn mobieltje terug in mijn broekzak en maak dat ik wegkom.
Er is nog iemand binnen. De gedachte laat me niet meer los.
Later aan de keukentafel zie ik hoe de tuinen in de verte in mist gehuld zijn. Is het de rook van de brand. Ik zoek op internet steeds naar het laatste nieuws, is het vuur al uit. Laat er niemand binnen zijn. Het beheerst mijn ochtend. Een eindeloze herhaling van naar het raam lopen en de verdrietige grauwheid buiten constateren en terug naar de keukentafel. Ik ben ondertussen in het hoofd van de moeder terecht gekomen van het meisje dat vermist schijnt te zijn. Ze woonde niet eens in het pand maar is te gast, voor het feestje van Vindicat vanavond.

Er was nog iemand binnen. Rond de middag verschijnen de eerste berichten. Ontzet lees ik over de jonge vrouw die gevonden is.
Op het nieuwsfilmpje zie ik de jongen nogmaals instorten. En opnieuw rookwolken, of is het toch mist.

Natuurlijk blijft het zo grijs dweilen vandaag.
Geen mooie klare uitzichten op de wintertuinen vandaag
Sissende tranen in mijn smeltende stad.
Dooimist

Advertenties