Tiny ghosts and daily movements

Expositie “Tiny ghosts and daily movements”
Een persoonlijk en intiem eerbetoon aan de schoonheid van kleine grote dingen.
Kleine pretentieloze kunstwerken, gemaakt uit plezier en emotie, uit noodzaak en bewondering.
Als herinnering aan wat ooit bestond en als troost voor wat er altijd zal zijn.
Beelden als herinnering
Mijn puber-dochter het beeld van hoe ze nog dat meisje was, en trots haar vleugels droeg. Als Psyche van Couperus
De bomen in de regen en die ene berk in t bos die bijna niemand zag
Het eitje in de morgen, eindeloze herhalingen van veilige rituelen
De vergankelijkheid van de kleine verdroogde vondsten uit zee, gekoesterd, vastgelegd om vooral te onthouden hoe klein en kwetsbaar we zijn
De tiny ghosts die hun oorsprong vonden in de actionpaints, en stiekum in de kunstwerken in leven worden gehouden. Niemand snapt hun vorm en toch worden ze gezien en aanvaard.
De expositie wordt geopend 2 oktober 2011 om 16.00 uur in de
Vide aan de Rademarkt 12 in Groningen
En ik zoek nog steeds iemand die dat op een ludieke manier wil ondersteunen.
Zomaar, omdat het leuk is, of in ruil voor een kunstwerk.
C.L. Roxanne Monsanto
Advertenties

Oud verhaal voor het slapen gaan


Wanneer 24 uren in een dag niet meer genoeg zijn voor mij is het tijd om M te bezoeken.
Ze wuift al mijn muizenissen weg en glimlacht mijn geest weer schoon.
Ik klaag wat over mijn chronisch volgepropte weken en de bijbehorende vermoeienissen, zij schudt haar doorzichtige haren en veren heen en weer en ik hoor zachtjes “tssssssss ………

Ze pakt een schaal en zingend legt zij het vol met stenen, grote gave keien en ze vraagt mij: kan er nog meer in?
Ik zeg haar dat de schaal vol is en dat er niets meer bij kan.
Ze pakt een ronde pot vol kleine kiezels en keert deze om boven de grote schaal. Ze schudt de schaal wat heen en weer en de kiezels vinden met gemak genoeg openingen tussen de keien.
Ik moet lachen om haar zelfvoldane uitdrukking.
Ze vraagt me nogmaals of er nog meer in de schaal kan, en nu weet ik het niet zeker.
Ze heeft die duivelse blik in haar ogen. Ik zeg haar dat ik denk dat er niets meer bij kan.
Ze grijpt om zich heen op de grond en haar handen vullen zich met zand. Ze strooit nog minstens 7 handen vol zand in de schaal, voordat deze echt vol zit, en ik weet zeker dat er nu echt niets meer bij kan.
Of toch……
M loopt weg en komt terug met een fles wijn. Ik voel de lach in mij op borrelen als ik haar bedoeling doorzie. En ja hoor, bijna de hele fles kan er nog bij.
We zitten zomaar een poosje bij elkaar. Het heeft geen zin om aan haar te vragen waarom ze dit doet of wat de bedoeling is, ze vertelt het pas als zij dat wil.
En dan komt het.
De schaal is mijn leven.
De keien zijn de belangrijke dingen in mijn leven – Partner, kinderen, familie, gezondheid, vrienden, mijn passie.
Het zijn de dingen die zo belangrijk voor me zijn, dat wanneer al het andere in mijn leven er niet meer zou zijn, maar dit nog wel, mijn leven nog steeds meer dan de moeite waard is.
De kiezelsteentjes zijn de andere dingen die er toe doen mijn huis, mijn tuin, mijn atelier. Ze zijn allemaal vervangbaar.
Het zand is al het andere, de kleine dingen.
Wanneer het zand als eerste in de schaal zou zijn terecht gekomen, zou er geen ruimte zijn geweest voor de stenen en kiezels.
Dit geldt ook voor mijn leven.

Wanneer ik heel de dag al mijn tijd en energie geeft aan de kleine dingen, zal ik nooit ruimte of tijd hebben voor de dingen die echt belangrijk voor mij zijn.
Belangrijk.
Prioriteiten.
Ik moet met mijn kinderen spelen.
Tijd nemen om naar de dokter te gaan als dat nodig is.
Mijn lief mee nemen naar een feest en dansen.
Schilderen.
De rest is zand.
Ik zit hier lang over na te denken, maar er valt geen speld tussen te krijgen.
Wat ze zegt klopt altijd.

Ik zie hoe ze aanstalten maakt om weer te verdwijnen, en reik naar haar.
“En de wijn?”vraag ik.
Ze is al bijna helemaal weg als ik die zangerige stem hoor fluisteren; 
“Het laat je zien, dat hoe vol je leven ook lijkt, er altijd ruimte is voor een mooi glas wijn.”

NOOIT MEER MAANDAG 1

 

Dansen met aversie

Eerst een stukje geschiedenis.

Uit mijn boekje met bezwaren, 2003.
Dicht op hun huid, ik moet dichtbij kunnen komen anders werkt het niet. Daarvoor moet ik anderen ook dicht bij mij laten. Soms stuit ik op een enorme weerstand. Ik moet nog leren om dat als “niet persoonlijk” op te vatten. Als ik dat heb overwonnen begin ik met “echte” cursisten.

We waren destijds met 7 mensen frequent in mijn atelier aan het schilderen. Het was helemaal niet de bedoeling dat ik les zou geven aan deze mensen, maar gaandeweg merkten we dat ik vaak een meer dan ondersteunende rol vervulde. Er waren avonden dat ik zelf niet meer aan schilderen toe kwam. Ik werd zomaar vanzelf een soort kunstjuf. Omdat ik deze mensen goed kende, durfde ik wel te experimenteren met mijn “kennis”.

2006.
Ik zie weerstand nog steeds als een persoonlijk falen van mijn kant.
Soit. Ondertussen ben ik toch maar begonnen.
Als mensen naar mijn lesmethoden vragen, moet ik ze in de meeste gevallen het antwoord schuldig blijven. Methoden? Hoe omschrijf je in één woord een heel uitgangspunt?
Lesgeven kan je het niet noemen.
Het is meer het delen van wat ik weet. En ook dat dekt de lading niet.
Het is eigenlijk een interactie met ons creatieve brein als communicatiemiddel.
Is dat een methode?
Zo ordelijk kan ik helemaal niet denken.
In een kunstproject dat ik maakte is er een moment geweest dat ik begreep dat ik geen controle meer had over de 400 mensen die daaraan mee werkten en dat de enige optie was om geen energie meer te steken in het willen bijsturen van een dergelijk grote groep.
In plaats daarvan begon ik mij te richten op de output en leerde de schoonheid daarvan te herkennen. Daardoor vergat ik de stress van hoe anders het werd als ik het voor ogen had gehad. Door afstand te nemen van het resultaat dat ikzelf voor ogen had bleef er veel meer ruimte over voor anderen. Ik begon de omstandigheden te optimaliseren en oogstte zo een prachtig eindproduct.
In feite is dat nog steeds wat ik doe, alleen nu met wat minder deelnemers. Daardoor heb ik wel een beter overzicht en kan ik de kwaliteit van die output beter waarborgen. Elke cursist heeft een andere behoefte en de energie die ik in het individu steek, levert meer op dan de energie die ik aan een groep geef. Niet bepaald een methode. Daar zijn de onderlinge verschillen van de mensen waar ik mee werk en leer te groot voor.
Roxart telt straks na de herfstvakantie zo’n 40 cursisten waarvan het grootste deel het atelier wekelijks bezoekt.
Na helemaal niet zo lang wegen en wikken heb ik besloten in januari een extra cursus te starten.
Aanstaande vrijdag beginnen de vrijdagmiddagcursussen weer voor de kinderen, tot mei zit dat helemaal vol.
Vanaf januari start voor het eerst ook een cursus voor de jongere creatievellingen op de woensdagmiddag. Kinderen vanaf 6 jaar kunnen zich daar voor opgeven.

Schilderen met je kind begint 12 november weer. Hier is voor dit jaar geen opgave meer mogelijk, ook dit zit vol.

Mijn atelier loopt dus vol.

Het liep helemaal anders. Ik werd ziek. Erg ziek.
Ik leerde dat wat ik deed geen lesgeven was.
Ik kroop onder de huid van mijn cursisten en zij maakten hun schilderij via mij. Als ik 10 mensen op een ochtend in mijn atelier had, was ik aan het eind van de ochtend helemaal op.
Ik had dan aan 10 schilderijen gewerkt alsof het de mijne waren. Nu ik dit zo zwart op wit heb staan zie ik de kolder daarvan wel in.

Ik raakte alles kwijt. Mijn atelier en dus alle cursisten, maar wat erger was ik raakte mezelf even helemaal kwijt.

Achteraf is dat een prachtige crisis geweest.

The positive thing about having a total meltdown
is the opportunity of starting over again.
Like a white canvas waiting to be painted

Ik begon opnieuw. Niet meer met 40 cursisten. Ik had besloten dat ik dat niet goed had aangepakt en ik wist geen betere manier dan hoe ik het gedaan had.

Mijn eerste workshop kwam in mijn schoot gevallen.
Een teambuilding workshop in samenwerking met een psycholoog voor een team dat vastgelopen was. Ik deed mijn ding met verf en A observeerde, analyseerde en rapporteerde.
Het werd een succes.
Het was weer het verzet van mensen waar ik op stuk dreigde te lopen en ik besloot alleen nog workshops te geven voor de “fun”

2009
Ik ben nu bijna 7 jaar verder.
Door mijn eigen opleiding aan de klassieke academie ben ik technisch beter geworden. Ik heb gezien en ervaren dat verzet iets is waar je mee kunt werken, dat mijn verzet tegen het verzet het enige verzet is waar ik last van had.
Als ik nu nog een keer verzet typ is het een woord geworden waar je bijna om kunt lachen.

Verzet.